Een blik op de geschiedenis

Na de Reformatie in de 16e eeuw, gevolgd door de nadere Reformatie in de 17e eeuw, begon in de 18e eeuw een periode waarin het geestelijk leven op een laag pitje kwam te staan. Ook de Franse tijd bracht daar geen verandering in.

Het Reveil

Na de Franse tijd was er een internationale opleving van het christelijk denken in het 19e eeuwse Europa. Ook in Nederland was deze beweging actief en bekend onder de naam ‘het Reveil’. Mede door haar toedoen zijn er christelijke politieke partijen ontstaan. Voor allerlei maatschappelijk werk is ‘het Reveil’ van belang geweest. De christelijke zending kreeg vanuit deze beweging belangrijke impulsen. Er wordt wel gezegd dat de Doleantie een gevolg was van ‘het Reveil’ uit de jaren 30 van de 19e eeuw.

De Afscheiding

Op kerkelijk terrein was er veel onbehagen over de vlakke prediking, over het beheer van de kerkelijke goederen, over de grote leervrijheid, over de grote invloed van de overheid op het kerkelijk beleid. Vanuit dit onbehagen ontstonden er in 1834 kerken buiten de Nederlands Hervormde Kerk, de afgescheiden kerken. In bepaalde gedeelten van Nederland, bijvoorbeeld in het Land van Heusden en Altena, waren dit grote groepen. Ds. H.P. Scholte (1805-1868) uit Genderen-Doeveren wordt als ‘één der vaderen’ van de Afscheiding gezien. Er waren bij de Afscheiding niet veel predikanten betrokken, zodat er in die kerken een grote behoefte aan voorgangers was. Dit werd opgevangen door evangelisten of oefenaars. Meestal waren dit geen universitair geschoolde theologen, maar wel vrome mensen. In onze streek waren actief boer Demper uit Langerak en de heer Betten uit Noordeloos; deze laatste was schaapherder geweest in Drenthe. In onze dorpen was Marinus van Oostende, een schoenmaker uit Zeeland, actief. Hij vestigde zich in Ottoland en werd de eerste voorganger van de Gereformeerde kerk van Molenaarsgraaf-Brandwijk.

De Doleantie

In onze dorpen was er veel sympathie met de Afscheiding, maar weinigen waagden de stap om zich echt af te scheiden. Wel bleef er veel ongenoegen bestaan over de gang van zaken in de Nederlands Hervormde Kerk. Er werden op veel plaatsen in het land, ook in onze streek, gezelschappen opgericht, die zich ‘Vrienden der Waarheid’ noemden. Onder deze ‘vrienden’ werd bijbelstudie gedaan, werden kerkelijke zaken besproken en werden kerkdiensten gehouden onder leiding van oefenaars of evangelisten. Er werden ook zondagsscholen opgericht. Gert Suiker uit Brandwijk, van beroep beurtschipper, hield zondagsschool aan de Vuilendam. De groepen, die zich zo gevormd hadden, hadden een leider nodig, die hen begreep en die een richting kon aangeven. Abraham Kuyper (1837-1920) was deze man. Hij ging voorop in wat in 1886 ‘de Doleantie’ werd genoemd.

De Doleantie in Ottoland

In Ottoland werd in januari 1888 een dolerende kerk opgericht, die later de naam ‘Gereformeerde kerk’ kreeg.

De Doleantie in Brandwijk

Enkele broeders uit Brandwijk verzochten op 23 februari 1888 aan de kerkenraad van de Hervormde gemeente te Brandwijk om ook over te gaan tot reformatie van de kerk. De kerkenraad nam dit voor kennisgeving aan, hetgeen betekende dat het verzoek werd genegeerd. Enkele maanden later, in mei van hetzelfde jaar, ging de kerkenraad wel tot actie over. Twee van de drie afzenders van het verzoek lieten een kind dopen in de Gereformeerde kerk van Ottoland door de dolerende en afgezette predikant, dominee Segboer uit Nieuw-Lekkerland. Dit deed voor de Hervormde kerkenraad te Brandwijk de deur dicht. Van de drie personen werd het lidmaatschap van de Nederlands Hervormde Kerk vervallen verklaard. Deze actie leidde er echter nog niet toe een eigen dolerende kerk in Brandwijk te stichten.

De Doleantie in Bleskensgraaf

In Bleskensgraaf heeft men ook geprobeerd om een dolerende kerk te stichten, maar dat is niet gelukt. De kerkenraad van de Hervormde kerk van Bleskensgraaf reageerde afwijzend op het verzoek van enkele gemeenteleden om tot reformatie over te gaan. Door de weigerachtige houding van de kerkenraad en het kleine aantal sympathisanten met de Doleantie kwam het hier nooit tot een zelfstandige Gereformeerde kerk.

De Doleantie in Molenaarsgraaf

In Molenaarsgraaf bestond er sympathie voor het standpunt van de dolerenden. Dit bleek onder andere uit het feit dat de kerkenraad van de Hervormde gemeente van Molenaarsgraaf sympathie betuigde met de geschorst ambtsdragers in Amsterdam. Ook preekte de heer van Oostende regelmatig in de kerk van Molenaarsgraaf. In deze periode preekte hij ook in de Gereformeerde kerk van Ottoland. De sympathiebetuiging met de geschorste broeders in Amsterdam had bij een aantal gemeenteleden de hoop aangewakkerd, dat de Doleantie ook ter plaatse zou doorzetten. Daarom schreef J. Brouwer Azn. een brief aan de kerkenraad van de Hervormde gemeente met het dringende verzoek ‘de reformatie ter hand te willen nemen’. Ook na een tweede verzoek antwoordde de kerkenraad niet. Dit was er de oorzaak van, dat twee ambtsdragers bedankten voor hun ambt (C. Kortleve als ouderling en W. Schakel als diaken). Ook Marinus van Oostende maakt vanaf de kansel te Molenaarsgraaf bekend, dat hij in dat kerkgebouw niet langer voor zou kunnen gaan. We spreken nu over begin september 1888. Op 30 oktober van datzelfde jaar werd een vergadering belegd met leden van de kerk van Molenaarsgraaf, Bleskensgraaf en Brandwijk om een nieuwe kerkenraad samen te stellen.

Op 27 november werden de nieuwe ambtsdragers bevestigd. De Gereformeerde kerk van Molenaarsgraaf was daarmee gesticht.

Gereformeerde Kerk van Molenaarsgraaf-Brandwijk

Landelijk verenigden de betrokkenen bij Afscheiding en Doleantie zich in 1892 in de Gereformeerde Kerken in Nederland. De broeders en zusters uit Bleskensgraaf en Brandwijk werden lid van de Gereformeerde kerk van Molenaarsgraaf. Herhaaldelijk drong men erop aan, om ook in Brandwijk een Gereformeerde kerk te stichten. Dit gebeurde pas op 4 december 1896. Op 1 januari 1897 werden de ambten ingesteld. Er werd direct een combinatie aangegaan met Molenaarsgraaf. Na meerdere malen gecorrespondeerd te hebben met de in het kerkrecht gespecialiseerde prof. dr. F.L. Rutgers van de V.U. besluit men op 1 februari 1898 tot een samenvoeging van beide kerken. Het gezamenlijk bouwen van een nieuw kerkgebouw aan de Gijbelandsedijk te Brandwijk bevestigde de verbinding van de kerken. De officiële naam werd Gereformeerde kerk van Molenaarsgraaf-Brandwijk.

Verwondering

In het begin van de 19e eeuw scheen het met het Gereformeerd leven in Nederland afgelopen te zijn, maar in de loop van die eeuw gebeurde er veel ten goede. Het kerkherstel is door het Reveil, de Afscheiding, de Doleantie en door het herstel binnen de Hervormde kerk sterk bevorderd. Men kan, als met dit geheel overziet, de schrijver en historicus H. Algra, nazeggen als hij uit verwondering spreekt van ‘het wonder van de 19e eeuw’.